ECLI:NL:GHARN:2010:BL9385
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Janse
- Zandbergen
- Tjallema
- Rechtspraak.nl
Advocaat mag niet declareren op basis van uurtarief bij toevoeging WRB
In deze zaak stond centraal of een advocaat die rechtsbijstand verleent op basis van een toevoeging, mocht declareren op basis van zijn uurtarief wanneer de cliënt werd medegedeeld dat een toevoeging geen zin had. De appellant had betwist dat hij niet in aanmerking kwam voor een toevoeging, en overlegde definitieve belastingaanslagen waaruit bleek dat hij en zijn partner qua inkomen en vermogen wel degelijk aan de criteria voldeden.
Het hof stelde vast dat de advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de toevoegingscriteria uit hoofde van de WRB en dat de cliënt mocht afgaan op de mededeling dat een toevoeging niet mogelijk was. Van de cliënt kon niet worden verwacht dat hij de juistheid van die mededeling zelf zou onderzoeken en tijdig kenbaar zou maken.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en oordeelde dat de advocaat zijn werkzaamheden niet op basis van een uurtarief mocht declareren. De appellant werd veroordeeld een bedrag van € 449,- te betalen, gelijk aan de eigen bijdrage die bij een toevoeging zou zijn vastgesteld. Een vordering tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen werd afgewezen wegens onvoldoende bepaaldheid.
Uitkomst: De cliënt wordt veroordeeld tot betaling van € 449,-- eigen bijdrage, declaratie op uurtarief door advocaat wordt afgewezen.