ECLI:NL:GHARN:2010:BL9704
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot werkstraf wegens oplichting, valsheid in geschrift en witwassen
De verdachte heeft samen met een ander in de periode van februari tot april 2007 op frauduleuze wijze valse facturen opgesteld en ingediend bij een geldgever, waardoor een bedrag van ongeveer €225.000 werd uitgekeerd uit een bouwdepot. Deze handelingen betroffen oplichting en valsheid in geschrift.
Het hof achtte bewezen dat verdachte met het oogmerk zichzelf en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, listige kunstgrepen heeft toegepast en valse documenten heeft gebruikt om de uitbetaling te verkrijgen. Tevens werd vastgesteld dat verdachte wist dat de verkregen gelden afkomstig waren van misdrijven, waarmee witwassen werd bewezen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een straf, waartegen hij hoger beroep instelde. Het hof vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het de bewezenverklaring en kwalificatie bevestigde en verdachte veroordeelde tot een onvoorwaardelijke werkstraf van 200 uren, met een vervangende hechtenis van 100 dagen bij niet-nakoming.
De strafmotivering benadrukte de ernst van de feiten en het aanzienlijke bedrag, waardoor een lichtere straf niet passend werd geacht. Verdachte had geen strafuitsluitingsgronden en had eerder een justitiële veroordeling, zij het niet voor soortgelijke feiten.
Het arrest werd gewezen door het gerechtshof Arnhem op 31 maart 2010.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 200 uren met vervangende hechtenis van 100 dagen wegens oplichting, valsheid in geschrift en witwassen.