ECLI:NL:GHARN:2010:BM0543
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WOZ-waarde woning na geschil over taxatie en proceskosten
Belanghebbende is eigenaar van een woonboerderij met agrarische bestemming, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2005 voor het kalenderjaar 2007 was vastgesteld op €388.000. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd deze waarde verlaagd tot €240.000. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de waarde maximaal €175.000 zou moeten zijn, terwijl de Ambtenaar een waarde van €240.000 handhaafde en tevens incidenteel hoger beroep instelde tegen de proceskostenvergoeding.
Het hof oordeelde dat het incidenteel hoger beroep te laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De stelling van belanghebbende dat er een compromis was gesloten over de waarde werd verworpen omdat geen schriftelijke vastlegging had plaatsgevonden. De waarde van €240.000 werd onderbouwd met een taxatierapport waarin rekening was gehouden met bouwkundige gebreken en vergelijkingsobjecten.
De rechtbank had de waarde verminderd vanwege het achterhuis dat niet tot de onroerende zaak behoorde en de slechtere onderhoudstoestand. Het hof vond de gebruikte vergelijkingsmethode en de gekozen vergelijkingsobjecten passend en voldoende onderbouwd. De proceskostenvergoeding aan belanghebbende voor het deskundigenrapport werd als redelijk beoordeeld en gehandhaafd.
Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het incidenteel hoger beroep van de Ambtenaar af. Beide partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het hof bevestigt de WOZ-waarde van €240.000 en verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.