ECLI:NL:GHARN:2010:BM0550
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing of schorsing voorlopige hechtenis ondanks lopende vrijheidsstraf
Op 26 maart 2010 diende verdachte een verzoek in bij het gerechtshof Arnhem tot opheffing dan wel schorsing van de nog van kracht zijnde voorlopige hechtenis. Verdachte onderging een onherroepelijke vrijheidsstraf waarvan de tenuitvoerlegging was geschorst vanwege de huidige voorlopige hechtenis. Advocaat van verdachte voerde aan dat op grond van artikel 5 EVRM Pro de voorlopige hechtenis opgeheven of geschorst moest worden omdat een alternatief voor de voorlopige hechtenis aanwezig was.
Het hof oordeelde dat het enkele feit dat de vrijheidsontneming op een andere plaats of wijze zou kunnen worden uitgevoerd, geen grond is voor opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis. Artikel 5 EVRM Pro biedt hiervoor geen basis omdat de vrijheidsontneming in de bepleite variant zou worden voortgezet. De gronden voor het bevel tot voorlopige hechtenis waren nog steeds aanwezig.
Na onderzoek concludeerde het hof dat geen redenen bestonden voor schorsing van de voorlopige hechtenis. Zowel het primaire verzoek tot opheffing als het subsidiaire verzoek tot schorsing werden daarom afgewezen. Het hof baseerde zich hierbij op de artikelen 69 en 80 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.