ECLI:NL:GHARN:2010:BM0795
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- M. Otte
- P.H.A.J. Cremers
- G.C. Gillissen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen niet-vervolging wegens meineed voormalig commissaris
Op 13 mei 2009 dienden klagers een klaagschrift in tegen het besluit van de officier van justitie te Utrecht om voormalig commissaris van de Koningin van de provincie Gelderland niet strafrechtelijk te vervolgen wegens vermeend gepleegd meineed op 29 november 2005.
De zaak betrof verklaringen in een civiele procedure waarin klager stelde onder druk te zijn gezet om af te treden. Beklaagde ontkende dit en verklaarde zich niet te kunnen herinneren of er sprake was van dwang. De verklaringen van andere getuigen spraken elkaar deels tegen.
Het hof oordeelde dat deze tegenstrijdigheden niet automatisch wijzen op meineed, omdat beklaagde slechts ontkende de druk te hebben uitgeoefend en zich niet kon herinneren of dwang was toegepast. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs achtte het hof de beslissing van het OM om niet te vervolgen terecht en wees het beklag af.
Klager werd niet gehoord in raadkamer omdat het hof dit niet nodig achtte. De beschikking werd gegeven op 8 april 2010 door het hof Arnhem.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het niet-vervolgen wegens onvoldoende bewijs van meineed.