ECLI:NL:GHARN:2010:BM1511
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W. Duitemeijer
- G.P.M. van den Dungen
- M.G.W.M. Stienissen
- Rechtspraak.nl
Executiebeding nietig wegens gebrekkige betekening arrest en gevolgen voor dwangsommen
In deze civiele zaak stond de geldigheid van de betekening van een arrest van het hof van 23 oktober 2007 centraal, waarbij appellante werd veroordeeld tot staking van werkzaamheden en betaling van dwangsommen bij niet-naleving. De betekening vond aanvankelijk plaats aan de advocaat, niet rechtstreeks aan appellante, wat volgens het hof niet voldeed aan de wettelijke vereisten van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Appellante voerde aan dat zij pas op 7 maart 2008 daadwerkelijk kennis had genomen van het arrest, waardoor de verbeurde dwangsommen voor die datum niet terecht waren opgelegd. Het hof oordeelde dat de betekening aan de advocaat niet rechtsgeldig was, omdat de procedure was afgesloten en appellante geen woonplaatskeuze bij de advocaat had gemaakt. Hierdoor was sprake van niet-naleving van de betekeningvoorschriften, wat nietigheid tot gevolg had.
Het hof stelde vast dat de dwangsommen pas konden lopen vanaf de juiste betekening, en dat appellante door de gebrekkige betekening onredelijk was benadeeld. De vordering tot betaling van dwangsommen over de periode vóór de geldige betekening werd daarom afgewezen. Tevens werd [geïntimeerde] veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Hiermee werd het vonnis van de kantonrechter vernietigd en opnieuw recht gedaan in hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot betaling van dwangsommen werd afgewezen wegens gebrekkige betekening, en geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten.