ECLI:NL:GHARN:2010:BM1615
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- O. Anjewierden
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs gebruik verboden bestrijdingsmiddel Roundup
De verdachte werd ervan beschuldigd dat hij op of omstreeks 16 augustus 2007 het bestrijdingsmiddel Roundup op een sloottalud had gebruikt, wat volgens de wettelijke voorschriften niet was toegestaan. De economische politierechter veroordeelde hem in eerste aanleg voor deze overtreding.
In hoger beroep stelde de advocaat-generaal voor de verdachte vrij te spreken. Tijdens het onderzoek bleek dat de opsporingsambtenaar op 16 augustus 2007 een verkleuring van de begroeiing op het sloottalud had waargenomen, wat mogelijk duidde op gebruik van een bestrijdingsmiddel. Echter, de opsporingsambtenaar had niet gezien wanneer het sloottalud was bespoten.
De verdachte verklaarde dat hij rond 20 juli 2007 een ander bestrijdingsmiddel had gebruikt op het sloottalud. Deze verklaring werd ondersteund door de opsporingsambtenaar die aangaf dat de verkleuring pas tien dagen na toepassing ontstaat. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte op de tenlastelegging genoemde datum het bestrijdingsmiddel Roundup had gebruikt en sprak hem vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het gebruik van het verboden bestrijdingsmiddel Roundup.