ECLI:NL:GHARN:2010:BM2408

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
26 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
ISD P10/0024
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38t SrArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen voortzetting ISD-maatregel na afloop termijn

Betrokkene stelde op 5 oktober 2009 hoger beroep in tegen de beslissing van de rechtbank Breda van 2 oktober 2009, waarin de voortzetting van de ISD-maatregel werd bevolen. Het hof ontving de appelstukken pas op 15 januari 2010, na het verstrijken van de ISD-maatregel die op 23 november 2009 van rechtswege eindigde.

Het hof betreurt de vertraagde aanlevering van de stukken door de rechtbank, maar stelt vast dat betrokkene geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep omdat de maatregel inmiddels is geëindigd. Er is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 38t van het Wetboek van Strafrecht die verlenging zou rechtvaardigen.

Daarom verklaart het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Mr J.M. van der Vaart en de raden konden deze beslissing niet medeondertekenen. De uitspraak werd op 26 april 2010 in het openbaar gedaan door het hof Arnhem.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het verstrijken van de ISD-maatregel.

Uitspraak

ISD P10/0024
Beslissing d.d. 26 april 2010
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Breda van 2 oktober 2009, inhoudende de last tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
Overwegingen:
Het hof stelt vast dat betrokkene op 5 oktober 2009 hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank van 2 oktober 2009.
Op 15 januari 2010 is het hof in kennis gesteld van het ingestelde hoger beroep, derhalve na het verstrijken van de ISD maatregel. Het hof betreurt het dat de appelstukken niet met de benodigde voortvarendheid door de rechtbank zijn ingezonden.
Het hof dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders noodzakelijk is.
Gelet op de omstandigheid dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel op 24 november 2007 is ingegaan en derhalve, nu zich niet een geval voordoet als bedoeld in artikel 38t van het Wetboek van Strafrecht, van rechtswege is beëindigd op 23 november 2009, heeft betrokkene geen belang meer bij de behandeling van het hoger beroep.
Daarom zal betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard in dat hoger beroep.
Beslissing
Het hof:
Verklaart [naam] niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
Aldus gedaan door
mr G. Mintjes als voorzitter,
mr M.J. Stolwerk en mr J.M. van der Vaart als raadsheren,
en prof. dr. J. Schudel en dr. W. van Kordelaar als raden,
in tegenwoordigheid van mr W.C.S. Huijbers als griffier,
en op 26 april 2010 in het openbaar uitgesproken.
Mr J.M. van der Vaart en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.