ECLI:NL:GHARN:2010:BM3158
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak machinist goederentrein na botsing bij Arnhem wegens onvoldoende bewijs schuld
Op 21 november 2006 vond bij Arnhem een botsing plaats tussen een goederentrein en een passagierstrein. Verdachte, machinist van de goederentrein, werd beschuldigd van het niet tijdig stoppen voor een stoptonend sein en het niet opnemen van contact met de treindienstleider, wat gevaar voor het treinverkeer zou hebben veroorzaakt.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis. Uit het onderzoek bleek dat verdachte slechts gedeeltelijk aan de eis van wegbekendheid voldeed en dat het seinbeeld ter plaatse onduidelijk was, mede door werkzaamheden en afwijkende seinuitvoering. Verdachte had geremd en gehandeld naar bevind van zaken, maar was niet tijdig tot stilstand gekomen.
Het hof oordeelde dat de schuld van verdachte niet aanmerkelijk was zoals vereist voor strafbaarheid onder artikel 165 Sr Pro. Het subsidiair tenlastegelegde was verjaard omdat de vervolging niet tijdig was ingesteld. Daarom sprak het hof verdachte vrij en verklaarde het openbaar ministerie niet ontvankelijk voor het subsidiair tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van aanmerkelijke schuld aan het treinongeluk.