ECLI:NL:GHARN:2010:BM3176
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- J. Hielkema
- E. Pennink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen woninginbraak en poging tot diefstal met braak
Op 12 december 2005 heeft verdachte samen met een medeverdachte twee woninginbraken gepleegd en een poging tot diefstal uit een derde woning, waarbij zij zich toegang verschaften door middel van braak en inklimming. De gestolen goederen betroffen onder meer elektronische apparatuur en andere waardevolle zaken.
Verdachte was ten tijde van de feiten nog in proeftijd wegens eerdere soortgelijke veroordelingen. Het hof acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door twee of meer verenigde personen met braak, en poging daartoe. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.
Het hof legt een gevangenisstraf van vijf maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Tevens wordt een gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van zes weken. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en kan deze slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het hof constateert een schending van het redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, maar acht dit niet reden om de straf te matigen. Verdachte wordt veroordeeld en vrijgesproken voor hetgeen niet bewezen is verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor medeplegen van twee woninginbraken en een poging daartoe met braak.