ECLI:NL:GHARN:2010:BM3428

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
3 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002440-09
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens medeplegen vernieling van ruiten met taakstraf opgelegd

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van vernieling van ruiten van de woning van de gewezen vriend van hun moeder. In hoger beroep bevestigde het hof deze bewezenverklaring en strafbaarheid. De verdachte erkende zijn aandeel en het hof achtte de straf passend gezien de aard van het feit en de persoon van verdachte.

Het hof nam kennis van een overeenkomst tussen de benadeelde partij en de betrokkenen over schadevergoeding, waardoor de benadeelde partij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding. De straf werd vastgesteld op een werkstraf van 50 uren, met een subsidiaire hechtenis van 25 dagen, waarvan 20 uren en 10 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het hof motiveerde dat verdachte het ongeoorloofde van zijn handelen inziet en dat er geen aanleiding is voor herhaling. Wel werd benadrukt dat verdachte zich bewust moet zijn dat zijn rechtvaardigheidsgevoel tot strafbare gedragingen kan leiden. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002440-09
Parketnummer eerste aanleg: 07-601666-08
Arrest van 3 mei 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 september 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1989] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de benadeelde partij in zijn vordering niet ontvankelijk zal verklaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 03 november 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk elf, in elk geval één of meerdere ra(a)m(en)/ruit(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op of omstreeks 03 november 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk ruiten, toebehorende aan [benadeelde], heeft vernield.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich, tezamen met zijn broer, schuldig gemaakt aan het vernielen van ruiten van de woning van de gewezen vriend van hun beider moeder. Hij heeft zijn aandeel daarin erkend en kan zich verenigen met de in eerste aanleg opgelegde straf.
Zowel de beslissingen van de politierechter als de strafoplegging in eerste aanleg komt het hof als juist en passend voor. Voor wat betreft de motivering van de op te leggen straf zal het hof zich daarom beperken tot de vaststelling dat verdachte het ongeoorloofde van zijn gedragingen lijkt in te zien en dat er op zichzelf geen aanleiding is om te vrezen voor een herhaling. Het hof baseert dit oordeel op de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitieel documentatie- register d.d.17 maart 2010, waaruit blijkt dat er geen sprake is van eerdere of latere veroordelingen, en voorts op het beeld dat het hof ter terechtzitting van de persoon van de verdachte heeft gekregen. Niettemin dient verdachte zich in voorkomende gevallen ervan bewust te zijn dat zijn rechtvaardigheidsgevoel kan leiden tot strafbare gedragingen, die bovendien aan een ander schade toebrengen.
Alles afwegende komt het hof tot een strafoplegging die gelijk is aan hetgeen in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.
Benadeelde partij
Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg is toegewezen. Derhalve duurt de voeging van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.
Het hof heeft echter kennis genomen van de overeenkomst, welke op 28 maart 2010 is gesloten tussen de benadeelde partij [benadeelde] enerzijds en verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en hun beider moeder [naam] anderzijds. In de door de vier betrokken personen getekende overeenkomst is vastgelegd op welke wijze de door het bewezen verklaarde feit veroorzaakte schade is, dan wel zal worden vergoed. Voorts stelt het hof vast dat de benadeelde partij in zijn begeleidende brief heeft aangegeven af te zien van invordering van het door hem gestelde schadebedrag in het kader van het onderhavige strafproces. Zekerheidshalve zal het hof de benadeelde partij daarom niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu de door hem geleden schade op andere wijze wordt vergoed.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijftig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot twintig uren, subsidiair tien dagen vervangende hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. B.F. Keulen, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Keulen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.