ECLI:NL:GHARN:2010:BM3428
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens medeplegen vernieling van ruiten met taakstraf opgelegd
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van vernieling van ruiten van de woning van de gewezen vriend van hun moeder. In hoger beroep bevestigde het hof deze bewezenverklaring en strafbaarheid. De verdachte erkende zijn aandeel en het hof achtte de straf passend gezien de aard van het feit en de persoon van verdachte.
Het hof nam kennis van een overeenkomst tussen de benadeelde partij en de betrokkenen over schadevergoeding, waardoor de benadeelde partij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding. De straf werd vastgesteld op een werkstraf van 50 uren, met een subsidiaire hechtenis van 25 dagen, waarvan 20 uren en 10 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het hof motiveerde dat verdachte het ongeoorloofde van zijn handelen inziet en dat er geen aanleiding is voor herhaling. Wel werd benadrukt dat verdachte zich bewust moet zijn dat zijn rechtvaardigheidsgevoel tot strafbare gedragingen kan leiden. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.