ECLI:NL:GHARN:2010:BM3993
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- G.J. Rijken
- M.J.J. Bogaerts-Tholen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uithuisplaatsing en verblijf pleeggezin minderjarige dochter
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de kinderrechter die het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing van zijn dochter en het verzoek om haar hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen, heeft afgewezen.
De dochter verblijft sinds september 2004 in een netwerkpleeggezin. De stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland heeft de uithuisplaatsing gemotiveerd met het belang van de dochter, die een kwetsbaar kind is en gebaat bij continuïteit en stabiliteit in haar huidige opvoedsituatie. De vader betwistte dit en stelde dat de huidige situatie niet het beste belang van de dochter dient en dat het gezin van de vader wel degelijk een veilige thuisomgeving kan bieden.
Het hof oordeelt dat de gronden voor de uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat het belang van de dochter gediend is met haar verblijf in het pleeggezin, waar zij al zes jaar woont. Het hof wijst erop dat het wisselen van verblijf risico's met zich meebrengt en dat de hechtingsrelaties met zowel pleegouders als vader onveilige aspecten kennen. Het verzoek van de vader wordt daarom afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en handhaaft de uithuisplaatsing van de dochter in het netwerkpleeggezin.