ECLI:NL:GHARN:2010:BM4237
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- A.J. Rietveld
- J.H. Bosch
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldboete voor opzettelijke lozing van ijzerrijk grondwater in oppervlaktewater
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Arnhem het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de economische politierechter in Zwolle-Lelystad. Verdachte werd beschuldigd van het zonder vergunning en opzettelijk lozen van een hoeveelheid ijzerrijk grondwater, een verontreinigende en schadelijke stof, in een oppervlaktewater via een overstort.
De verdediging voerde aan dat sprake was van overmacht-noodtoestand omdat een kraanmachinist genoodzaakt was de overstort te forceren om gevaar voor een medewerker in een met water gevulde werksleuf te voorkomen. Het hof oordeelde echter dat het beroep op overmacht onvoldoende was onderbouwd en dat geen concrete noodsituatie was aangetoond.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht. Het achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 10 juli 2007 zonder vergunning en opzettelijk de verontreiniging had veroorzaakt. Gezien de ernst van het feit en eerdere veroordeling van verdachte, legde het hof een geldboete van €550 op. Tevens constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn, maar achtte dit gecompenseerd door de strafoplegging.
Het arrest werd gewezen door de voorzitter en twee raadsheren, waarbij het hof het beroep op overmacht verwierp en de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon bevestigde.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €550 wegens opzettelijke lozing van ijzerrijk grondwater in oppervlaktewater.