ECLI:NL:GHARN:2010:BM6783
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Kuiper
- De Hek
- Willems
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt nakoming intentieovereenkomst tijdelijke supermarkt ondanks afbreken onderhandelingen door gemeente
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de gemeente Almere gehouden was een strook grond te verhuren aan [appellanten] voor de exploitatie van een tijdelijke supermarkt, ondanks het feit dat het college van B&W de intentieovereenkomst niet onvoorwaardelijk had goedgekeurd. [Appellanten] waren via onderhandelingen en een intentieovereenkomst betrokken bij de ontwikkeling van een supermarktlocatie (3KNS) en hadden een tijdelijke supermarkt willen vestigen.
De gemeente had de onderhandelingen na jaren afgebroken en stelde dat de goedkeuringsclausule haar de bevoegdheid gaf de overeenkomst te weigeren. Het hof oordeelde dat de opschortende voorwaarde van goedkeuring door B&W niet was vervuld, maar dat op grond van artikel 6:23 lid 1 BW Pro de voorwaarde als vervuld moest worden beschouwd vanwege de gedragingen van de gemeente en de redelijkheid en billijkheid.
Het hof benadrukte dat het afbreken van onderhandelingen onaanvaardbaar was gezien het gerechtvaardigde vertrouwen van [appellanten] en dat de gemeente zich niet kon beroepen op de opschortende voorwaarde om de onderhandelingen voortijdig te beëindigen. De vordering tot nakoming van de intentieovereenkomst werd daarom toegewezen, met een dwangsom voor het niet nakomen. De gemeente werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld om de grond voor de tijdelijke supermarkt te verhuren en ter beschikking te stellen conform de intentieovereenkomst, ondanks het niet onvoorwaardelijk goedkeuren door B&W.