ECLI:NL:GHARN:2010:BM8426
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fikkers
- Zandbergen
- Voorink
- Rechtspraak.nl
Overgang deel onderneming bij contractwisseling in schoonmaakbranche bevestigd
In deze zaak stond centraal of het beëindigen van de overeenkomst tussen appellant en Denkavit, gevolgd door het in dienst nemen van geïntimeerde door Denkavit, een overgang van onderneming oplevert in de zin van art. 7:662 BW Pro.
Geïntimeerde was tussen 1 januari en 16 april 2007 werkzaam bij Denkavit. Uit stukken bleek dat Denkavit tijdelijk eigen medewerkers had ingezet, waaronder geïntimeerde, vanwege het ontbreken van een schoonmaakbedrijf. Later werd een nieuw schoonmaakbedrijf ingeschakeld, waarbij geen personeel van appellant werd overgenomen.
Het hof oordeelde dat Denkavit een wezenlijk deel van het personeel dat appellant op het project had ingezet, heeft overgenomen, ondanks dat Denkavit zelf geen schoonmaakbedrijf is. Dit betekent dat er sprake is van overgang van onderneming. Geïntimeerde was daardoor na 1 januari 2007 niet meer in dienst van appellant.
De vorderingen van geïntimeerde wegens kennelijk onredelijk ontslag en loonvorderingen werden afgewezen. Appellant werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn reconventionele vordering. Het vonnis waarvan beroep werd vernietigd en de vorderingen van geïntimeerde werden afgewezen. Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen en appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn reconventionele vordering.