ECLI:NL:GHARN:2010:BM9974
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrifte bij visfraude met vangstbeperking
Het gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrifte met betrekking tot documenten behorende bij tien zeevisreizen in de periode van 1 april 2002 tot en met 21 april 2005. Deze documenten betroffen de aanvoer, veiling en verkoop van zeevis waarvoor een vangstbeperking gold. De rechtbank had eerder een straf opgelegd, maar het hof vernietigde dit vonnis voor wat betreft de strafoplegging en stelde een nieuwe straf vast.
De verdediging voerde aan dat de Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis als een systematische specialis moest worden beschouwd ten opzichte van artikel 225 Sr Pro, wat zou leiden tot ontslag van rechtsvervolging. Het hof verwierp dit verweer op grond van jurisprudentie en wetsgeschiedenis, omdat de strafbepalingen verschillende belangen beschermen en geen specialiteitsverhouding beogen.
Het hof matigde de geldboete vanwege overschrijding van de redelijke termijn met bijna acht maanden, waardoor €2.500 van de boete werd afgetrokken. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €97.500, waarvan €25.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof nam mee dat verdachte direct heeft meegewerkt aan het onderzoek en openheid van zaken gaf, wat wijst op inzicht en verantwoordelijkheid.
De bewezenverklaring werd bevestigd met correctie van de periode, en het hof oordeelde dat de straf passend is gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de impact op de visserijsector en concurrentiepositie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €97.500, waarvan €25.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.