ECLI:NL:GHARN:2010:BN0331

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.061.381/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.J. Streppel
  • J. Hofstee
  • J. Weening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot nakoming overeenkomst en ontruiming echtelijke woning na echtscheiding

In deze zaak stond de vraag centraal of de man gehouden was de voormalige echtelijke woning te verlaten conform een in december 2009 gesloten overeenkomst tijdens de echtscheidingsprocedure. De vrouw had de man gedagvaard om nakoming van deze overeenkomst af te dwingen, waarin was vastgelegd dat de man uiterlijk 15 januari 2010 de woning zou verlaten indien hij niet in staat was deze te financieren.

De voorzieningenrechter wees de vordering van de vrouw af, omdat de woning gezamenlijk eigendom was en er geen rechterlijke beslissing was die de vrouw het exclusieve gebruik van de woning gaf. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de overeenkomst bindend was en de man zich hieraan moest houden.

Het hof stelde vast dat de man niet had betwist dat hij niet in staat was de woning te financieren en dat hij volgens de overeenkomst de woning had moeten verlaten. De stelling van de man dat hij mondeling toestemming had gekregen langer te blijven, werd niet onderbouwd. Het hof oordeelde daarom dat de vordering tot nakoming van de overeenkomst en ontruiming van de woning toewijsbaar was.

Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de ontruimingsveroordeling betrof en veroordeelde de man om de woning binnen twee dagen na betekening van het arrest te verlaten en te verlaten houden. Tevens werd de man veroordeeld tot medewerking aan de taxatie en verkoop van de woning en het overhandigen van relevante bescheiden.

De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen als gewezen echtelieden.

Uitkomst: De man is veroordeeld tot het verlaten van de woning binnen twee dagen en tot medewerking aan de taxatie en verkoop van de woning.

Uitspraak

Arrest d.d. 22 juni 2010
Zaaknummer 200.061.381/01
HET GERECHTSHOF TE ARNHEM
Nevenzittingsplaats Leeuwarden
Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
toevoeging,
advocaat: mr. A. Benamar, kantoorhoudende te Almere,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. O. Bolluyt, kantoorhoudende te Almere.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 3 maart 2010 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 29 maart 2010 is door de vrouw hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van de man tegen de zitting van 6 april 2010.
De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep, tevens houdende de grieven, luidt:
"om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I de man te veroordelen om de woning gelegen te [adres], aan de [adres] onmiddellijk althans binnen één dag na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis correct (zonder vernielingen) te verlaten en verlaten te houden, zulks desnodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie,
II de man te gelasten binnen twee weken na betekening van het ten deze te wijzen vonnis mee te werken aan de taxatie en verkoop van de woning te [adres], aan de [adres] met dien verstande dat de man gehouden zal zijn mee te werken aan het te koop zetten van de woning tegen een naar oordeel van de makelaar marktconforme vraagprijs en dat de man gehouden zal zijn mee te werken aan de verkoop en levering indien en zodra een naar het oordeel van de makelaar marktconforme koopprijs gerealiseerd kan worden; dit alles op verbeurte van een dwangsom van € 500,= per dag dat de man niet aan het vonnis voldoet; dan wel te bepalen dat bij het niet verlenen van medewerking van de man het ten dezen te wijzen vonnis voor de medewerking van de man in de plaatst zal treden,
III de man te gelasten binnen twee weken na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis aan de vrouw ter hand te stellen alle bescheiden die betrekking hebben op de woning te [adres], aan de [adres]; dit alles op verbeurte van een dwangsom van € 500,= per dag dat de man niet aan het vonnis voldoet,
IV de man te veroordelen in de kosten van deze procedure."
Bij memorie van antwoord is door de man verweer gevoerd met als conclusie:
"de vrouw in haar beroepschrift niet ontvankelijk te verklaren dan wel het beroepschrift van de vrouw af te wijzen en instandhouding van het vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d.
3 maart 2010."
Tenslotte heeft de vrouw de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
De vrouw heeft twee grieven opgeworpen.
De beoordeling
Wijziging van eis
1. De dagvaarding in hoger beroep bevat een wijziging van eis.
Nu de man geen bezwaar heeft gemaakt tegen deze wijziging en deze niet in strijd is met de goede procesorde, zal het hof recht doen op de voet van de aldus gewijzigde eis.
De feiten
2. De vrouw heeft geen grieven aangevoerd tegen de weergave van de feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.5) van het bestreden vonnis, zodat ook het hof hiervan zal uitgaan.
Naast deze feiten staat vast dat partijen in december 2009 een overeenkomst hebben gesloten die, voor zover thans van belang, het navolgende inhoudt:
“1) De man zal zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 15 januari 2010 met schriftelijke (financiële) stukken van zijn hypotheekadviseur aantonen of hij wel of niet in staat is om de voormalige echtelijke koopwoning van partijen te financieren.
2) Mocht de man niet in staat zijn om deze te financieren, zal hij uiterlijk 15 januari 2010 de voormalige echtelijke koopwoning verlaten en deze niet meer verder betreden.”
3. Het hoger beroep beperkt zich tot de afwijzing door de voorzieningerechter van de vordering van de vrouw om de man te veroordelen om de voormalige echtelijke woning aan het [adres] te [woonplaats] met onmiddellijke ingang te verlaten.
De grieven
4. In grief 1 klaagt de vrouw over het oordeel van de voorzieningenrechter dat er op neerkomt dat de vordering van de vrouw om de man te veroordelen de echtelijke woning te verlaten, moet worden afgewezen. Dit oordeel was gebaseerd op de overweging dat de woning in gezamenlijke eigendom aan de vrouw en de man toebehoort, terwijl er geen beslissing van de rechtbank is dat de vrouw gerechtigd is de bewoning van de woning met uitsluiting van de man voort te zetten.
In grief 2 klaagt de vrouw erover dat de voorzieningenrechter is voorbijgegaan aan de hiervoor onder 2 bedoelde overeenkomst van partijen die door haar (mede) aan haar vordering ten grondslag is gelegd.
5. De man heeft de stelling van de vrouw dat hij niet in staat is de woning te financieren en dat hij volgens onderdeel 2 van de overeenkomst van december 2009 de woning daarom per 15 januari 2010 had moeten verlaten, niet betwist. De man voert in de memorie van antwoord slechts aan dat de vrouw hem mondeling te kennen heeft gegeven langer de woning te mogen blijven maar dat hem niet duidelijk is gemaakt tot wanneer precies.
6. Hoewel de vrouw niet meer heeft kunnen reageren op deze laatste stelling van de man, gaat het hof daaraan voorshands voorbij nu de man zijn stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd.
7. Daargelaten het door grief 1 bestreden oordeel van de rechtbank, is het hof van oordeel dat de vordering van de vrouw die strekt tot nakoming van de door partijen in december 2009 gesloten overeenkomst moet worden toegewezen.
8. Grief 2 slaagt aldus.
De slotsom
9. Het beroep is gegrond. Het bestreden vonnis dient ten dele te worden vernietigd, terwijl opnieuw recht gedaan moet worden als na te melden. Nu partijen gewezen echtelieden zijn, zullen de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, eveneens als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover daarbij de hierna geformuleerde veroordeling niet is uitgesproken;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
veroordeelt de man om de woning [adres] binnen twee dagen na betekening van dit arrest te verlaten en verlaten te houden;
bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Hofstee en Weening, raden,
en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 22 juni 2010 in bijzijn van de griffier.