ECLI:NL:GHARN:2010:BN0331
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.J. Streppel
- J. Hofstee
- J. Weening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot nakoming overeenkomst en ontruiming echtelijke woning na echtscheiding
In deze zaak stond de vraag centraal of de man gehouden was de voormalige echtelijke woning te verlaten conform een in december 2009 gesloten overeenkomst tijdens de echtscheidingsprocedure. De vrouw had de man gedagvaard om nakoming van deze overeenkomst af te dwingen, waarin was vastgelegd dat de man uiterlijk 15 januari 2010 de woning zou verlaten indien hij niet in staat was deze te financieren.
De voorzieningenrechter wees de vordering van de vrouw af, omdat de woning gezamenlijk eigendom was en er geen rechterlijke beslissing was die de vrouw het exclusieve gebruik van de woning gaf. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de overeenkomst bindend was en de man zich hieraan moest houden.
Het hof stelde vast dat de man niet had betwist dat hij niet in staat was de woning te financieren en dat hij volgens de overeenkomst de woning had moeten verlaten. De stelling van de man dat hij mondeling toestemming had gekregen langer te blijven, werd niet onderbouwd. Het hof oordeelde daarom dat de vordering tot nakoming van de overeenkomst en ontruiming van de woning toewijsbaar was.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de ontruimingsveroordeling betrof en veroordeelde de man om de woning binnen twee dagen na betekening van het arrest te verlaten en te verlaten houden. Tevens werd de man veroordeeld tot medewerking aan de taxatie en verkoop van de woning en het overhandigen van relevante bescheiden.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen als gewezen echtelieden.
Uitkomst: De man is veroordeeld tot het verlaten van de woning binnen twee dagen en tot medewerking aan de taxatie en verkoop van de woning.