ECLI:NL:GHARN:2010:BN0334

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
25 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001893-07
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
  • H. Heins
  • G.N. Roes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving

Het gerechtshof Arnhem heeft het vonnis van de politierechter in hoger beroep vernietigd en verdachte vrijgesproken van het medeplegen van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De tenlastelegging betrof het op 21 april 2007 in een gemeente gepleegde feit waarbij verdachte samen met anderen een portemonnee met geld en pasjes zou hebben weggenomen onder bedreiging en geweld, en waarbij het slachtoffer tegen zijn wil in een auto werd gehouden.

Tijdens het hoger beroep, gehouden op 23 september 2008 en 11 juni 2010, heeft het hof het bewijs beoordeeld en geconcludeerd dat er onvoldoende overtuigend bewijs was dat verdachte daadwerkelijk de ten laste gelegde feiten had begaan. De advocaat-generaal had weliswaar een gevangenisstraf van vijf maanden en schadevergoeding gevorderd, maar het hof volgde dit niet.

De benadeelde partij was in eerste aanleg toegelaten tot het geding en zijn vordering tot schadevergoeding was toegewezen, maar nu verdachte is vrijgesproken en geen straf of maatregel wordt opgelegd, verklaart het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. Tevens worden de kosten van het geding door de benadeelde partij gedragen, begroot op nihil.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, op 25 juni 2010.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001893-07
Parketnummer eerste aanleg: 07-607158-07
Arrest van 25 juni 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 juli 2007 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1975] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres] 29,
ter terechtzitting van 23 september 2008 wel, maar ter terechtzitting van 11 juni 2010 niet verschenen. Wel verschenen is mr. L.D.H. Lesmeister - de Jong, advocaat te Almere, als raadsvrouw van verdachte.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, een maatregel opgelegd en op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep d.d. 23 september 2008 en 11 juni 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft zij gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij ad € 780,- zal toewijzen en een schadevergoedingsmaatregel ad
€ 260,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis, zal opleggen.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
1.
hij op of omstreeks 21 april 2007 in de gemeente[naam gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee, inhoudende (ondermeer) een geldbedrag van ongeveer 25 Euro, in elk geval een geldbedrag en/of een of meer (bank)pasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- voornoemde van [benadeelde partij] een of meermalen op dwingende toon heeft/hebben gezegd in een auto te stappen en/of (vervolgens) met genoemde auto is/zijn weggereden en/of
- tegen die [benadeelde partij] (op dreigende toon) heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte zijn portemonnee wilde hebben en/of
- met kracht de arm van die [benadeelde partij] heeft/hebben vastgepakt en/of
- die [benadeelde partij] meermalen, in elk geval eenmaal met (grote) kracht in zijn gezicht, in elk geval tegen zijn hoofd heeft/hebben geslagen.
2.
hij op of omstreeks 21 april 2007 in de gemeente [naam gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/is (hebben/zijn) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet voornoemde van [benadeelde partij] op dwingende toon gezegd in een auto te stappen en/of (vervolgens) met genoemde auto weggereden en/of niet gestopt op het moment dat die [benadeelde partij] aangaf dat hij uit de auto wilde.
Vrijspraak
Het hof heeft uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Benadeelde partij [benadeelde partij]
Gebleken is, dat de benadeelde partij [benadeelde partij] zich in het geding in eerste aanleg ter zake van het onder 1 ten laste gelegde heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.
Nu aan de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering
niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. H. Heins en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. G.N. Roes buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.