ECLI:NL:GHARN:2010:BN0404
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen medeplegen handel in XTC
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens voorbereidingshandelingen tot het medeplegen van handel in XTC in de periode van 4 november 2005 tot 2 december 2005. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de verweten gedragingen binnen de ten laste gelegde periode hadden plaatsgevonden.
De tenlastelegging betrof onder meer het verschaffen van gelegenheid, middelen en inlichtingen voor de handel in pillen met MDMA en/of amfetamine, waaronder het doorgeven van een telefoonnummer van een mogelijke leverancier. Hoewel het hof vaststelde dat verdachte het telefoonnummer van een mogelijke leverancier had verstrekt, kon niet worden uitgesloten dat dit buiten de ten laste gelegde periode gebeurde.
De advocaat-generaal had een werkstraf van negentig uur geëist, waarvan vijfenveertig voorwaardelijk, maar het hof oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was. Het arrest werd gewezen door het gerechtshof Arnhem, meervoudige strafkamer, en het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad werd vernietigd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de voorbereidingshandelingen binnen de ten laste gelegde periode zijn gepleegd.