ECLI:NL:GHARN:2010:BN1386
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verkapte uitdelingen bij terreinbestrating, hangar en landingsplaats
Belanghebbende, enig aandeelhouder en bestuurder van de B.V., stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank inzake aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2000 tot en met 2002. De Inspecteur stelde incidenteel hoger beroep in. Het geschil betrof of uitgaven van de B.V. voor terreinbestrating, hangar en landingsplaats als zakelijke kosten konden worden aangemerkt of dat deze uitgaven verkapte uitdelingen aan belanghebbende waren.
Het Hof stelde vast dat de economische eigendom van het bedrijfsterrein vanaf 1993 bij belanghebbende lag en dat de B.V. investeringen deed zonder vergoeding te ontvangen. De huurcontracten en onderhoudsverplichtingen werden geanalyseerd, waarbij bleek dat de B.V. kosten droeg die eigenlijk voor rekening van belanghebbende behoorden te zijn. Het Hof achtte aannemelijk dat de B.V. belanghebbende als aandeelhouder heeft willen bevoordelen en dat belanghebbende zich daarvan bewust was.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor de jaren 2000 en 2002, stelde de aanslagen naar beneden bij, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitgaven voor terreinbestrating en hangar werden deels als onttrekking en winstuitdeling aangemerkt, conform eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat uitgaven van de B.V. voor terreinbestrating, hangar en landingsplaats deels verkapte uitdelingen zijn, vermindert de aanslagen inkomstenbelasting en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten.