ECLI:NL:GHARN:2010:BN1847
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Groefsema
- Tjallema
- Feunekes
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige aantasting van eer en goede naam door onjuiste beschuldigingen in politieke context
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld jegens appellant door het verspreiden van ernstige beschuldigingen vlak voor gemeenteraadsverkiezingen. Appellant, voormalig gemeenteraadslid, vorderde een verklaring voor recht dat geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld door hem publiekelijk te bestempelen met termen als 'crimineel gedrag' en 'afpersing'.
De feiten betreffen een langdurig geschil over een verblijfsovereenkomst tussen partijen en de daaropvolgende communicatie van geïntimeerde aan diverse instanties en de lokale pers. Het hof beoordeelde dat veel van de aantijgingen onvoldoende feitelijk waren onderbouwd en dat de gebruikte termen overtrokken en onjuist waren, wat neerkwam op smaad.
Het hof paste een belangenafweging toe tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eer en goede naam, waarbij het oordeel was dat de belangen van appellant zwaarder wogen gezien de onjuiste en grievende aard van de uitlatingen en de timing vlak voor verkiezingen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde geïntimeerde onrechtmatig jegens appellant, met een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Geïntimeerde handelt onrechtmatig jegens appellant door onjuiste en grievende beschuldigingen te uiten, waardoor diens eer en goede naam zijn aangetast.