ECLI:NL:GHARN:2010:BN2091
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rowel-Van der Linde
- Fikkers
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schuld aan UWV
Verzoekster diende op 6 april 2009 een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank beëindigde deze regeling op 31 maart 2010 omdat verzoekster een schuld aan het UWV had laten ontstaan door het niet melden van inkomsten uit arbeid, waardoor zij niet te goeder trouw was.
In hoger beroep betwistte verzoekster deze beëindiging en stelde dat zij te goeder trouw was geweest en het UWV wel had geïnformeerd. Het hof oordeelde echter dat verzoekster geen bezwaar had gemaakt tegen de terugvorderingsbeslissing en boete van het UWV, waardoor deze beslissingen onherroepelijk waren en zij haar inkomsten had verzwegen.
Het hof stelde vast dat de schuld aan het UWV al bestond op het moment van toelating tot de regeling (12 november 2009), ook al was deze formeel pas later vastgesteld. De wetsgeschiedenis ondersteunt dat de regeling kan worden beëindigd als feiten die bij toelating reeds bestonden later bekend worden.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en de schuldsaneringsregeling beëindigd wegens het niet te goeder trouw ontstaan van de schuld aan het UWV.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van verzoekster wordt beëindigd wegens niet te goeder trouw ontstane schuld aan het UWV.