ECLI:NL:GHARN:2010:BN2155
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Jonkman
- Kuiper
- Willems
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks niet te goeder trouw ontstaan schulden
Verzoekster had meerdere hoge hypothecaire leningen afgesloten samen met haar ex-echtgenoot, terwijl zij wist of behoorde te begrijpen dat zij niet in staat zou zijn deze af te lossen. De rechtbank wees haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af omdat zij niet aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn geweest.
In hoger beroep oordeelt het hof dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van de schulden, maar dat op grond van de hardheidsclausule van artikel 288, derde lid, Faillissementswet, de regeling toch kan worden toegepast. Het hof neemt bijzondere omstandigheden in aanmerking, zoals het feit dat verzoekster onder druk van haar ex-echtgenoot stond, dat tegen hem een huisverbod en strafzaak wegens huiselijk geweld loopt, en dat verzoekster maatregelen heeft genomen om verdere schulden te voorkomen.
Verder is vastgesteld dat verzoekster niet van de geleende gelden heeft geprofiteerd en dat zij begeleiding ontvangt van een maatschappelijk werker en budgetbeheer. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe, waarna de zaak wordt terugverwezen voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe ondanks het niet te goeder trouw ontstaan van de schulden.