ECLI:NL:GHARN:2010:BN2882
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.G.W.M. Stienissen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake spoedeisend belang vordering na ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of geïntimeerde nog een spoedeisend belang had bij zijn vorderingen na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Het hof herinnerde aan het tussenarrest waarin al was vastgesteld dat de vordering tot wedertewerkstelling terecht was afgewezen vanwege de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Geïntimeerde had een geldvordering van €303.000,- ingesteld, gelijk aan het bedrag dat eerder door een arbitragecommissie was toegewezen. Deze arbitrale beslissing was echter niet ten uitvoer gelegd. Geïntimeerde gaf geen duidelijke reden voor het niet uitvoeren van het arbitrale vonnis en stelde ook geen spoedeisend belang bij de incasso van hetzelfde bedrag in kort geding.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van spoedeisend belang reeds in eerste aanleg gold en ook in hoger beroep niet was komen te vervallen. Bovendien is het in strijd met de openbare orde om twee titels tot betaling van hetzelfde bedrag naast elkaar te laten bestaan. De vorderingen onder II en III werden daarom afgewezen en het bestreden vonnis werd bekrachtigd voor zover het de wedertewerkstelling betrof.
Ten slotte veroordeelde het hof geïntimeerde in de kosten van beide instanties, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geïntimeerde geen spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen en wijst deze af, terwijl de afwijzing van de wedertewerkstelling wordt bekrachtigd.