ECLI:NL:GHARN:2010:BN2947
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige hinder door gemeentelijke eikenbomen in buitengebied afgewezen
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Wierden en een inwoner over hinder veroorzaakt door eikenbomen die de gemeente aan de openbare weg heeft geplant. De inwoner vorderde onder meer dat de gemeente jaarlijks gevallen bladeren zou verwijderen en maatregelen zou treffen tegen wortels en overhangende takken.
Tijdens een descente constateerde de raadsheer-commissaris dat de bomen fors waren uitgegroeid en takken over het perceel van de inwoner hingen. De beoordeling richtte zich op de vraag of sprake was van onrechtmatige hinder volgens artikel 5:37 BW Pro, waarbij de criteria van artikel 6:162 BW Pro werden toegepast.
Het hof oordeelde dat de hinder van bladeren tijdelijk en bekend was bij de inwoner toen hij het perceel betrok, dat de bomen een openbaar belang dienen en dat de gemeente reeds maatregelen had aangeboden zoals gratis gft-containers en een composteerbak. De vorderingen tot verwijdering van bladeren, wortels en takken werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of onevenredige aantasting van de bomen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Almelo, wees de vorderingen af, veroordeelde de inwoner tot terugbetaling van €350 aan de gemeente en in de proceskosten. Het incidenteel hoger beroep van de inwoner werd eveneens verworpen.
Uitkomst: De vorderingen van de inwoner wegens hinder door gemeentelijke eikenbomen worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.