ECLI:NL:GHARN:2010:BN3892
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Anjewierden
- Meijer-Campfens
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meermalige verkoop en bezit van heroïne en cocaïne met verbeurdverklaring drugsgeld
Verdachte werd beschuldigd van het meermalig opzettelijk verkopen van heroïne en cocaïne in de periode van maart 2005 tot maart 2007 en het opzettelijk aanwezig hebben van 1,3 gram heroïne. Het hof achtte deze feiten bewezen en kwalificeerde deze als overtredingen van de Opiumwet. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarbij rekening werd gehouden met een matiging van 4 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat verdachte gedurende ruim twee jaar meerdere keren drugs had verkocht voor eigen financieel gewin. Daarnaast had hij op 3 maart 2007 heroïne in bezit, vermoedelijk met de intentie tot verkoop. Het in beslag genomen geldbedrag van €181,85 werd geacht afkomstig te zijn uit drugshandel en werd verbeurd verklaard.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de persoon van verdachte. Hoewel de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden oplegde, matigde het hof deze tot 20 maanden vanwege een periode van ruim 20 maanden inactiviteit tijdens de behandeling van het hoger beroep zonder bijzondere redenen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld voor de bewezen verklaarde feiten en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring van drugsgeld en matiging wegens overschrijding redelijke termijn.