ECLI:NL:GHARN:2010:BN4695
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Melssen
- Dijkstra
- Rietveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontkenning vaderschap wegens onvoldoende bewijs biologische afwezigheid
De vrouw verzocht de rechtbank en vervolgens het gerechtshof om het vaderschap van de man ten aanzien van het minderjarige kind te ontkennen, stellende dat de man niet de biologische vader is. Het huwelijk tussen de vrouw en de man was ontbonden en de vrouw stelde dat de man al ruim voor de conceptie de echtelijke woning had verlaten en geen contact meer met haar had.
Het hof beoordeelde eerst welk recht van toepassing was op het verzoek. Gezien de gemeenschappelijke Marokkaanse nationaliteit van partijen was primair Marokkaans recht van toepassing, dat ontkenning van het vaderschap alleen door de man zelf toestaat. Het hof ging om proceseconomische redenen uit van Nederlands recht en beoordeelde het verzoek inhoudelijk.
De vrouw had het verzoek binnen de wettelijke termijn ingediend, maar het hof vond dat zij onvoldoende bewijs had geleverd dat de man niet de biologische vader was. De gegevens over vertrek en verblijf van de man waren inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Ook was niet met zekerheid vastgesteld dat een derde de biologische vader was.
Daarom kon het hof niet concluderen dat het vaderschap ontkend moest worden. Het belang van het kind bij handhaving van het vaderschap werd meegewogen. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank die het verzoek ongegrond verklaarde.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de man niet de biologische vader is.