ECLI:NL:GHARN:2010:BN4761
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- O. Anjewierden
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en werkstraf wegens valsheid in geschrift bij uitkeringsaanvraag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens valsheid in geschrift met betrekking tot het niet opgeven van samenwoning en andere gegevens bij de gemeente voor het verkrijgen van een uitkering. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en sprak verdachte vrij van een deel van de tenlastelegging wegens gebrek aan aanvullend bewijs, met name voor het niet opgeven van de huwelijkse staat en mede-eigendom van een woning.
Het hof achtte bewezen dat verdachte in de periode van juni 2003 tot december 2006 valselijk heeft verklaard niet samen te wonen met een partner op formulieren van de gemeente, met het oogmerk deze geschriften als echt te gebruiken. Hierdoor ontving zij ten onrechte een uitkering voor alleenstaanden, wat de gemeente een financiële schade van ruim €54.000 opleverde.
De straf werd gemotiveerd op basis van de ernst van het feit, de lange duur van het misbruik, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Gezien de geringe overschrijding van de wettelijke termijn en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde het hof een onvoorwaardelijke werkstraf van 100 uren op, met een subsidiaire hechtenis van 50 dagen, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Arnhem op 20 augustus 2010, waarbij het hof het vonnis van de politierechter vernietigde en opnieuw recht deed.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van een deel van de tenlastelegging en veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.