ECLI:NL:GHARN:2010:BN5777

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
1 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002470-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 361 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs bij verkeersongeval

De verdachte werd in eerste aanleg door de kinderrechter veroordeeld wegens het verlaten van de plaats van een verkeersongeval waarbij een ander letsel had opgelopen. Tegen dit vonnis kwam de verdachte tijdig in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs onderzocht en geoordeeld dat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt om de tenlastelegging te bewijzen. De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte waren het hiermee eens. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kinderrechter en sprak de verdachte vrij.

De benadeelde partij had zich in het geding gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend. Omdat geen straf of maatregel werd opgelegd en artikel 9a Sr niet werd toegepast, verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Tevens werd de benadeelde partij veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op nihil tot aan deze uitspraak.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem te Leeuwarden op 1 september 2010.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002470-09
Parketnummer eerste aanleg: 07-614045-09
Arrest van 1 september 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 september 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1992] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr G.J. Baken, advocaat te Emmeloord.
Het vonnis waarvan beroep
De kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het aan hem tenlastegelegde en voorts dat het hof de benadeelde partij [benadeelde] niet- ontvankelijk zal verklaren in de vordering.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 09 december 2008 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straat], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [benadeelde]) letsel en/of schade was toegebracht.
Vrijspraak
Het hof is - met de advocaat-generaal en de raadsman - van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.
Het hof acht derhalve niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Benadeelde partij
Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat hij zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.
Nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier.