ECLI:NL:GHARN:2010:BN8482
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Melssen
- Van der Meer
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Voorlopige omgangsregeling oma met kleinkinderen onder begeleiding van BJZ
De oma verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met haar vier kleinkinderen, welke door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep stelde zij een omgangsregeling voor eens in de veertien dagen, maar het hof vond op basis van de beschikbare informatie dat een voorlopige regeling in het belang van de kinderen was.
De omgang wordt voorlopig vastgesteld op iedere eerste woensdag van de maand van 13.30 tot 16.30 uur, onder begeleiding van Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel (BJZ) op hun kantoor te Zwolle. De regeling is bedoeld om spanningen te voorkomen, mede vanwege de complexe rol van de vader en de negatieve houding van de moeder.
Het hof legt voorwaarden op, waaronder dat de oma de vader niet mag betrekken bij de omgang en haar telefoon moet uitschakelen tijdens de contactmomenten. Tevens wordt de zaak aangehouden en verwezen naar een zitting in april 2011, waarbij BJZ een rapportage moet overleggen over het verloop van de omgangsregeling.
De moeder en BJZ benadrukken de noodzaak van begeleide omgang vanwege spanningen rondom de vader, wiens omgangsrecht tijdelijk is ontzegd. De vader en de raad adviseren een neutrale locatie en een minder frequente omgang dan door de oma gewenst.
Het hof acht het belang van de kinderen gediend met deze voorlopige regeling en houdt verdere beslissing aan tot na de rapportage en zitting in april 2011.
Uitkomst: Het hof stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de oma eenmaal per maand onder begeleiding van BJZ omgang mag hebben met haar kleinkinderen.