ECLI:NL:GHARN:2010:BN9466
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.L. van der Beek
- H.M. Wattendorff
- M.A.M.C. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Geschil over meerwerk en verzuim onderaannemer bij aanemingsovereenkomst gevelmontage
Partijen, PIB Holland B.V. als hoofdaannemer en [geïntimeerde] als onderaannemer, sloten een aanemingsovereenkomst voor gevelmontage bij een woningbouwproject. De uitvoering van fase 1 kende vertragingen en extra kosten, onder meer door noodzakelijke inzet van een hoogwerker in plaats van een hangbak vanwege niet verwijderde balkons. [geïntimeerde] vorderde betaling van meerwerk, terwijl PIB schadevergoeding eiste wegens vertraging en niet-uitvoering van fasen 2 en 3.
De rechtbank wees vorderingen deels toe en wees PIB in reconventie af. PIB ging in hoger beroep, waarbij het hof PIB niet-ontvankelijk verklaarde in enkele vonnissen en grieven deels verwierp. Het hof oordeelde dat kostenverhogende omstandigheden niet aan [geïntimeerde] konden worden toegerekend en dat hij niet in verzuim was. Wel werd vastgesteld dat [geïntimeerde] mogelijk niet tijdig schriftelijk had gewaarschuwd voor prijsverhoging door inzet hoogwerker, zodat bewijslevering hierover werd gelast.
Verder oordeelde het hof dat [geïntimeerde] gehouden was fasen 2 en 3 uit te voeren, maar dat het onaanvaardbaar was hem daartoe te dwingen op basis van oorspronkelijke voorwaarden gezien de omstandigheden. De schadevaststelling wordt aangehouden en een comparitie gelast om nadere inlichtingen te verkrijgen en minnelijke schikking te bevorderen.
Uitkomst: Het hof verklaart PIB niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen enkele vonnissen, gelast bewijslevering over mondelinge waarschuwing en houdt verdere beslissing aan.