ECLI:NL:GHARN:2010:BO1755
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van schijnconstructie bij herbouwverzekeringsuitkering en eigendomsoverdracht
In deze civiele zaak stond centraal de vraag wie rechthebbende is tot een bedrag van €363.024,-- dat in depot is gestort na de verkoop van een perceel grond met daarop een horecacomplex dat door brand was verwoest. [X] had een opstalverzekering bij Interpolis afgesloten, waarbij herbouwwaarde-uitkering aan strikte voorwaarden was gebonden, waaronder dat [X] zelf als opdrachtgever zou optreden voor de herbouw.
De feiten tonen aan dat tussen [X] en Bouwbeheer Nederland een constructie was opgezet waarbij schijn werd gewekt dat [X] het pand zou herbouwen, terwijl feitelijk Bouwbeheer Nederland de bouw zou uitvoeren en de grond al vóór herbouw werd verkocht. Diverse getuigenverklaringen en documenten, waaronder een aannemingsovereenkomst en notariële akten, bevestigen dat deze afspraken waren bedoeld om Interpolis te misleiden en een hogere verzekeringsuitkering te verkrijgen.
Het hof oordeelde dat deze afspraken in strijd zijn met de goede zeden en daarom nietig zijn. Dit betekent dat [X] geen nakoming kan vorderen, de overeenkomsten niet rechtsgeldig kunnen worden ontbonden en geen recht op schadevergoeding bestaat. De curatoren van Bouwbeheer Nederland zijn primair rechthebbende tot het depotbedrag, terwijl de vorderingen van East Estate falen. De zaak wordt verwezen voor nadere uitlating over de hoogte van de vordering van de curatoren.
Het arrest bevestigt dat misleidende schijnconstructies in verzekeringszaken niet worden getolereerd en dat de verzekeraar gerechtigd is voorwaarden te stellen aan uitkeringen, die strikt moeten worden nageleefd.
Uitkomst: De afspraken tussen [X] en Bouwbeheer Nederland zijn nietig wegens strijd met de goede zeden, waardoor [X] geen recht heeft op schadevergoeding en de curatoren primair rechthebbende zijn tot het depotbedrag.