ECLI:NL:GHARN:2010:BO2005
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.M. van Schuijlenburg
- A.J. Rietveld
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens niet-tijdig ingediend verzoek schadevergoeding na sepot
Verzoeker heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens ondergane detentie in een strafzaak die door sepot werd beëindigd. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na beëindiging van de zaak was ingediend.
Het hof bevestigt dat de termijn aanvangt op het moment van beëindiging van de zaak door de officier van justitie, niet op het moment dat verzoeker daarvan op de hoogte raakt. De sepotbeslissing dateert van 28 oktober 2008, waardoor de termijn tot 27 januari 2009 liep. Het verzoekschrift is echter pas op 29 januari 2009 ontvangen.
Verzoeker stelde dat hij pas op 16 januari 2009 van de sepotbeslissing op de hoogte was geraakt en dat het verzoek daarom tijdig was ingediend. Het hof oordeelt dat dit niet leidt tot verschoonbare termijnoverschrijding, omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het verzoek niet eerder had kunnen indienen.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt het verzoek om vergoeding van de kosten van het verzoekschrift afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening van het verzoek tot schadevergoeding.