ECLI:NL:GHARN:2010:BO3362
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvolledige aanvraag
Appellant diende op 11 maart 2010 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Arnhem verklaarde hem bij vonnis van 7 oktober 2010 niet-ontvankelijk omdat het verzoekschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen, met name het ontbreken van een met redenen omklede verklaring over het ontbreken van buitengerechtelijke schuldsaneringsmogelijkheden en aflossingsmogelijkheden.
Appellant ging in hoger beroep en verzocht het hof het vonnis te vernietigen, stellende dat de rechtbank hem onterecht geen nadere termijn had gegeven om zijn aanvraag te completeren en hem niet had gehoord, waardoor fundamentele rechtsbeginselen waren geschonden.
Het hof overwoog dat het gesloten stelsel van hoger beroep binnen de Faillissementswet in principe geen rechtsmiddel tegen niet-ontvankelijkverklaringen toelaat. Het hof achtte geen reden voor doorbreking van dit appelverbod. Verder oordeelde het hof dat de rechtbank niet verplicht was een nadere termijn te gunnen en dat het beleid om onvolledige aanvragen zonder hoorzitting niet-ontvankelijk te verklaren past binnen de doelstelling om de werklast van de rechterlijke macht te beperken.
Het hof verklaarde appellant daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.