ECLI:NL:GHARN:2010:BO4123
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.A.F. Cools-Weebers
- M.L.H.E. Roessingh-Bakels
- B.W.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor trachten te bewegen tot drugshandel
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het trachten te bewegen van anderen tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10a lid 1 sub 1 van de Opiumwet, met betrekking tot een container die vermoedelijk cocaïne bevatte. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en deed opnieuw recht.
De zaak draaide om het vervoer van een container van Antwerpen naar Den Hoorn, waarbij verdachte werd verdacht van het begeleiden en bewaken van het transport. Hoewel verdachte werd herkend door de chauffeur, achtte het hof niet bewezen dat hij een ander heeft trachten te bewegen tot het plegen van het strafbare feit. Tevens bleek uit het dossier dat de container bij binnenkomst in Nederland reeds was ontdaan van cocaïne.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was vanwege innerlijke tegenstrijdigheden en dat het Openbaar Ministerie misbruik van bevoegdheid had gemaakt. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het OM ontvankelijk was. Verdachte verklaarde te denken dat het om softdrugs ging, wat het hof aannemelijk achtte.
Gelet op het ontbreken van bewijs voor het trachten te bewegen en het feit dat alleen harddrugs onder artikel 10a vallen, sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak werd op 16 november 2010 door het Gerechtshof Arnhem gewezen.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor trachten te bewegen tot een drugshandelfeit.