ECLI:NL:GHARN:2010:BO4252

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
9 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
P10/0292
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38g SrArt. 38k SrArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake vordering tot hervatting van TBS-verpleging

In deze zaak is het hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie tegen de beslissing van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 augustus 2010, waarbij de vordering tot hervatting van de dwangverpleging van de terbeschikkinggestelde werd afgewezen.

Het hof overweegt dat op grond van artikel 38k Sr bij een vordering tot hervatting van de verpleging moet worden beoordeeld of een aan de beëindiging verbonden voorwaarde niet is nageleefd of dat het belang van de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen de hervatting eist. Het hof benadrukt dat het niet naleven van een voorwaarde niet automatisch tot hervatting leidt, maar dat de gevolgen van de overtreding moeten worden beoordeeld.

Het hof acht het noodzakelijk dat Reclassering Nederland een nadere rapportage opstelt over de mogelijkheid tot voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging, eventueel onder gewijzigde voorwaarden, en onderzoekt of betrokkene opnieuw behandeling kan volgen. Tevens wordt de rapporteur van de reclassering als getuige-deskundige opgeroepen.

Het hof besluit de behandeling te heropenen, het onderzoek voor onbepaalde tijd te schorsen en de advocaat-generaal te verzoeken de benodigde rapportage te verzorgen. De terbeschikkinggestelde wordt opgeroepen voor een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: Het hof heropent de behandeling en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, met het oog op een nadere rapportage over voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging van de TBS.

Uitspraak

TBS P10/0292
Tussenbeslissing d.d. 9 november 2010
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum];
verblijvende in [naam Huis van Bewaring].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 augustus 2010, houdende afwijzing van de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege.
Overwegingen:
• Gelet op artikel 38k van het Wetboek van Strafrecht dient de rechter, in geval van een vordering van het openbaar ministerie tot het geven van een last tot hervatting van de verpleging, te bezien of:
- een aan de beëindiging van de dwangverpleging verbonden voorwaarde niet is nageleefd, of
- het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen (of goederen) de hervatting van de verpleging eist.
Gelet op de wijze van formulering van de hiervoor genoemde vereisten is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat geen sprake is van cumulatieve vereisten. Het enkel niet naleven van een gestelde voorwaarde kan tot hervatting leiden.
Overtreding van een gestelde voorwaarde zal echter niet in alle gevallen direct tot hervatting van de dwangverpleging leiden. Bezien dient te worden welk gevolg aan de overtreding dient te worden verbonden.
Bij de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging stelt de rechter op grond van artikel 38 g van het Wetboek van Strafrecht voorwaarden ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen. Bij de beoordeling van de vordering van het openbaar ministerie tot hervatting van de verpleging zal aan de orde zijn of de voorwaarden al dan niet in gewijzigde vorm alsmede de mate waarin de naleving van de voorwaarden toetsbaar is, toereikend zijn met het doel waarvoor deze zijn gegeven.
Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het daarom noodzakelijk te worden voorgelicht of en zo ja, de wijze waarop de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege van betrokkene kan worden voortgezet, zonodig onder aanpassing van de in de beschikking van het hof van 23 december 2008 gestelde voorwaarden.
Het hof acht het noodzakelijk dat Reclassering Nederland een nadere rapportage opstelt waarin wordt gerapporteerd omtrent de mogelijkheid tot voortzetting van de voorwaardelijke beëindiging, al dan niet onder gewijzigde voorwaarden, en de daarvoor benodigde praktische invulling van de voorwaarden. In het bijzonder dient te worden onderzocht of betrokkene opnieuw een behandeling kan volgen bij de Waag dan wel of een klinische behandeling van betrokkene geïndiceerd en mogelijk is. Het hof gaat er daarbij vanuit dat betrokkene meewerkt aan de totstandkoming van de rapportage van de reclassering, ook indien de reclassering een onderzoek door de bureaupsychiater of een psychiater/ psycholoog verbonden aan het NIFP wenselijk acht.
Het hof acht het voorts noodzakelijk dat op een volgende zitting de rapporteur van de reclassering die de rapportage opmaakt als getuige-deskundige wordt gehoord.
Tussenbeslissing
Het hof:
Heropent de behandeling van de zaak om vermelde redenen en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.
Verzoekt de advocaat-generaal zorg te dragen voor de nadere rapportage, zoals hiervoor omschreven en stelt daartoe de stukken in handen van de advocaat-generaal.
Beveelt de oproeping van de rapporteur van de reclassering tegen het nog nader te bepalen tijdstip.
Beveelt voorts de oproeping van de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman.
Aldus gedaan door
mr E. van der Herberg als voorzitter,
mr G. Mintjes en mr J.D. den Hartog als raadsheren,
en drs. T. van Iersel en prof. dr. B.C.M. Raes als raden,
in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof als griffier,
en op 9 november 2010 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.