ECLI:NL:GHARN:2010:BO4472
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder over minderjarige
De moeder verzocht om wijziging van het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind, geboren in 1996, en wilde eenhoofdig gezag. De rechtbank wees dit verzoek in eerste aanleg af. In hoger beroep stelde de moeder dat de vader al twaalf jaar geen invulling gaf aan het gezag en geen contact had met het kind, wiens hoofdverblijf bij de moeder is.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag te handhaven, omdat geen onaanvaardbaar risico bestond dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders. Het hof oordeelde echter dat het belang van het kind vereist dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en dat de moeder alleen met het gezag wordt belast. De vader heeft geen contact met het kind, bemoeilijkt de moeder niet en is niet betrokken bij belangrijke beslissingen.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en besloot dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag heeft. Het kind draagt in het dagelijks leven de achternaam van de stiefvader, die hij als vader beschouwt, en wil dit formaliseren. De wijziging ontneemt het kind niet de mogelijkheid om in de toekomst contact met de vader te zoeken.
Uitkomst: Het hof beëindigt het gezamenlijk gezag en belast de moeder alleen met het gezag over de minderjarige.