ECLI:NL:GHARN:2010:BO4487
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.F.A. van Huijgevoort
- J. Lamens
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor werkruimte in eigen woning belast als loon in box I
Belanghebbende, een BV met als directeur en enig aandeelhouder A, stelde een werkruimte in de eigen woning van A ter beschikking aan de BV. Over de jaren 2002 tot en met 2004 betaalde de BV een vergoeding voor het gebruik van deze werkruimte, welke vergoeding door A in box 3 werd opgegeven als vermogen. De Inspecteur stelde dat deze vergoeding als belast loon in box I moest worden aangemerkt en legde een naheffingsaanslag op.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, maar het Gerechtshof Arnhem oordeelde anders. Het Hof stelde vast dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de vergoeding en de dienstbetrekking van A, waardoor de vergoeding als loon moet worden gezien. De werkruimte is fysiek en administratief niet volledig gescheiden van de privéwoning, maar het gebruik ervan is verbonden aan de arbeidsrelatie.
Belanghebbende voerde aan dat de werkruimte als kleine werkruimte in box 3 mocht worden opgenomen, ongeacht de kwalificatie van de vergoeding. Het Hof verwierp dit standpunt, stellende dat de wettelijke volgorde van afdelingen in de Wet IB 2001 bepaalt dat loon uit dienstbetrekking voorgaat op de eigenwoningregeling en sparen en beleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De vergoeding voor de werkruimte in de eigen woning wordt als belast loon in box I aangemerkt en niet als vermogen in box III.