ECLI:NL:GHARN:2010:BO4789
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw
Appellant, een man met een verstandelijke beperking, verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zijn verzoek werd door de rechtbank Almelo afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van schulden.
Appellant woonde samen met zijn broer en zij deelden de vaste lasten. De financiële administratie werd verzorgd door een overleden broer die eveneens een verstandelijke beperking had en door alcoholverslaving de administratie verwaarloosde. Appellant ontving begeleiding en budgetbeheer en stelde dat hij nu geen nieuwe schulden laat ontstaan en op zoek is naar werk.
Het hof erkent de verstandelijke beperkingen en de inspanningen van appellant, maar oordeelt dat hij uiteindelijk verantwoordelijk is voor zijn eigen financiën en onvoldoende toezicht hield op het beheer. Het hof acht het tijdstip voor schuldsanering nog niet rijp en verlangt concreet bewijs van werkzoekactiviteiten en het indienen van een verzoek tot beschermingsbewind.
Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt niet toegewezen.