ECLI:NL:GHARN:2010:BO5085
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Anjewierden
- Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor het niet scheiden en gescheiden houden van bedrijfsafvalstoffen
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het niet scheiden en gescheiden houden van afvalstoffen afkomstig van zijn horecainrichting. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof oordeelde dat de dagvaarding niet nietig was, ondanks het beroep van de raadsman op onduidelijke tenlastelegging.
De verdediging stelde dat verdachte het afval op particuliere wijze verwerkte en dat het intrekken van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer per 1 januari 2008 strafuitsluitend was. Het hof verwierp deze verweren omdat het nieuwe Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer een vergelijkbare strafbepaling bevatte.
Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de voorschriften niet naleefde, waardoor milieu schade werd toegebracht. Gelet op de omstandigheden, waaronder de financiële situatie en psychische problematiek van verdachte, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van €650,- op met een proeftijd van twee jaar. De overschrijding van de redelijke termijn werd gecompenseerd door het opleggen van een voorwaardelijke straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €650,- wegens het niet scheiden en gescheiden houden van afvalstoffen.