ECLI:NL:GHARN:2010:BO5121
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontvankelijk wegens vertraging postbezorging in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende in beroep ging bij de Rechtbank Breda. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en handhaafde de aanslag. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende deed verzet, dat door het hof werd afgewezen. De Hoge Raad stelde belanghebbende in het gelijk en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof Arnhem onderzocht of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Belanghebbende stelde dat zij door problemen met de postbezorging niet tijdig kennis had kunnen nemen van de uitspraak van de rechtbank. Het hof achtte dit aannemelijk op basis van correspondentie en verklaringen, waardoor de vertraging niet aan belanghebbende kon worden toegerekend. Het hogerberoepschrift was binnen veertien dagen na kennisneming ingediend en binnen een week na afloop van die termijn ontvangen door het hof.
Het hof verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring komt te vervallen en het onderzoek door het hof ’s-Hertogenbosch wordt voortgezet. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad. De Inspecteur werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.