ECLI:NL:GHARN:2010:BO9000
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- V. van den Brink
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Uitleg en matiging boetebeding in NVM-koopakte bij ontbinding koopwoning
In deze zaak stond de uitleg en toepassing van boetebedingen in een NVM-koopakte centraal, waarbij appellant een koopovereenkomst had gesloten voor een woning met een koopsom van €460.000. Appellant was in gebreke gebleven met het stellen van een bankgarantie of het storten van een waarborgsom van €46.000, waarop geïntimeerden de overeenkomst ontbonden en boetes vorderden.
Appellant voerde aan dat overmacht en haar problematische medische en financiële situatie een matiging van de boete rechtvaardigden en dat de boete buitensporig hoog was. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende feiten had gesteld die matiging konden rechtvaardigen, mede omdat zij geen bewijs leverde van pogingen tot overleg met geïntimeerden.
Voorts verduidelijkte het hof dat de boetebedingen in artikel 10 van Pro de overeenkomst niet cumulatief kunnen worden toegepast; de boete wegens ontbinding en de boete wegens vertraagde nakoming kunnen niet naast elkaar worden verbeurd. De grieven van appellant en geïntimeerden werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank Arnhem van 20 mei 2009 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot matiging van de boete af; appellant is gehouden tot betaling van de boete conform de overeenkomst.