ECLI:NL:GHARN:2010:BO9571
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen BPM voor gestripte BMW’s niet gegrond
Belanghebbende kocht in Duitsland twee gebruikte BMW’s die op een omheind terrein in gestripte staat werden aangetroffen. Hij deed aangifte BPM met toepassing van de tegenbewijsregeling, ondersteund door taxatierapporten. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij vermoedde dat belanghebbende de auto’s zelf had gestript om belasting te ontduiken.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat niet voldoende aannemelijk is dat belanghebbende zelf de auto’s heeft gestript. Het Hof weegt de verklaringen en het bijzondere karakter van de automarkt mee en concludeert dat de kans groter is dat derden de onderdelen hebben verwijderd zonder medeweten van belanghebbende. Het Hof stelt dat de Inspecteur onvoldoende objectief bewijs heeft verzameld om het vermoeden van bedrog te onderbouwen.
Verder acht het Hof het vertrouwen van belanghebbende in het fiscaal akkoord terecht, aangezien de aangiften correct waren geregistreerd en de betaling was verricht. Het verzoek om teruggaaf van de betaalde BPM wordt afgewezen omdat dit buiten het bestreden besluit valt. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslagen en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen BPM worden vernietigd omdat niet aannemelijk is dat belanghebbende de auto’s zelf heeft gestript en hij mocht vertrouwen op het fiscaal akkoord.