ECLI:NL:GHARN:2010:BQ6063
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzoek schuldsaneringsregeling na faillissement
Appellant, die in eerste aanleg failliet is verklaard, verzocht de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat een schuld aan Nuon werd beschouwd als gevolg van een misdrijf of overtreding. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep heeft appellant verzocht het vonnis te vernietigen en alsnog de schuldsaneringsregeling toe te passen. Het hof constateerde echter dat appellant geen nieuwe feiten of verweren had ingebracht die afweken van de eerdere procedure. Daarom sloot het hof zich aan bij de gronden van de rechtbank en verklaarde appellant niet-ontvankelijk.
Het hof benadrukte dat appellant vrijstaat een nieuw verzoek in te dienen indien hij kan aantonen te voldoen aan de wettelijke vereisten van goed vertrouwen zoals genoemd in artikel 288, eerste lid, Faillissementswet. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot schuldsaneringsregeling en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.