ECLI:NL:GHARN:2010:BY2794
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over handtekeningvervalsing en bewijslast in kredietovereenkomst
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellant de kredietovereenkomsten met Direktbank daadwerkelijk heeft ondertekend. Direktbank vordert betaling van een openstaande schuld gebaseerd op drie kredietovereenkomsten en een betalingsregeling, maar appellant ontkent de handtekeningen.
De rechtbank had de vorderingen toegewezen, maar het hof stelt dat de bewijslast voor de echtheid van de handtekeningen bij Direktbank ligt. Appellant heeft ondubbelzinnig ontkend te hebben getekend, waardoor de akten tegen hem geen bewijs opleveren zolang de handtekeningen niet zijn bewezen.
Het hof wijst erop dat de omstandigheden, zoals het overlaten van financiële zaken aan de partner en een eenmalige betaling door de werkgever, onvoldoende zijn om aan te nemen dat appellant gebonden is. Ook het beroep op volmacht of schijn van volmacht aan de partner faalt wegens gebrek aan bewijs.
Daarom beveelt het hof een deskundigenonderzoek naar de echtheid van de handtekeningen, waarbij een handschriftdeskundige zal beoordelen of de handtekeningen van appellant zijn en of er sporen van vervalsing zijn. De procedure wordt aangehouden tot het rapport van de deskundige is ontvangen.
Uitkomst: Het gerechtshof beveelt een deskundigenonderzoek naar de echtheid van de handtekeningen en houdt de zaak aan tot ontvangst van het rapport.