ECLI:NL:GHARN:2011:BP1192
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.J.J. Melssen
- R.A. Zuidema
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende saneringsgezindheid en onduidelijke schuldenlast
Het gerechtshof Arnhem heeft op 13 januari 2011 het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad bekrachtigd waarbij het verzoek van appellanten, een echtpaar, tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.
De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij hun verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zouden nakomen en zich zouden inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Tevens was de woonsituatie en handelwijze van appellanten onvoldoende transparant en was niet aannemelijk gemaakt dat zij te goeder trouw waren ontstaan en onbetaald laten van schulden.
Het hof stelde vast dat appellanten geen duidelijkheid hadden gegeven over de omvang en samenstelling van hun totale schuldenlast, met name omtrent een borgstelling bij een bank van ruim € 417.000. De verklaringen van de man waren wisselend en onvoldoende onderbouwd. Ook de constructie waarbij de man in loondienst was bij een onderneming waarvan hij zelf gevolmachtigde was, wekte twijfel over de saneringsgezindheid.
De vrouw had geen bewijs geleverd van arbeidsongeschiktheid en was niet verschenen bij de zitting. Het hof concludeerde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij de schuldsaneringsregeling zouden naleven en hun schulden zouden saneren. Daarom werd het verzoek tot toepassing van de regeling terecht afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.