ECLI:NL:GHARN:2011:BP1390
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.C. van Houten
- J.P.M. Fokker
- Y.A.J.M. van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in Puttense moordzaak wegens gebrek aan vooringenomenheid
In de Puttense moordzaak diende een wrakingsverzoek tegen de leden van de strafkamer van het gerechtshof Arnhem. De verdachte, vertegenwoordigd door mr R.D.A. van Boom, verzocht om wraking vanwege vermeende vooringenomenheid van de rechters, met name omdat het hof in eerdere tussenarresten zou zijn vooringenomen over de schuldvraag en de aannemelijkheid van alternatieve scenario’s.
De verdediging wilde ontbrekende stukken aan het dossier toevoegen die mogelijk ontlastende scenario’s konden ondersteunen, maar het hof oordeelde dat dergelijke verzoeken thuishoren in het voorbereidend onderzoek tenzij er sterke aanwijzingen zijn dat een ander als verdachte kan worden aangemerkt. De advocaat-generaal concludeerde tot afwijzing van het wrakingsverzoek en stelde dat het hof geen vooringenomenheid vertoonde.
De wrakingskamer bevestigde dat het wrakingsverzoek tijdig en ontvankelijk was, maar dat het middel van wraking niet gebruikt kan worden als verkapt rechtsmiddel tegen onwelgevallige beslissingen. Het hof had het juiste beslissingskader toegepast en voldoende gemotiveerd waarom de verzoeken tot voeging van stukken werden afgewezen. Er waren geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of de schijn daarvan. Het wrakingsverzoek werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de strafkamer is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.