ECLI:NL:GHARN:2011:BP2927
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na gekwalificeerde diefstallen
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de kinderrechter in Zwolle-Lelystad betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor gekwalificeerde diefstallen gepleegd in 2005 in meerdere gemeenten.
Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €3.143,15, waarbij rekening is gehouden met de betrokkenheid van drie mededaders. Het voordeel is gelijkelijk verdeeld, waardoor het bedrag dat aan de veroordeelde wordt toegerekend €1.047,72 bedraagt.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en legt de veroordeelde de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Er zijn geen kosten in mindering gebracht omdat de veroordeelde dit niet heeft gesteld. Het arrest is gewezen door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hof legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €1.047,72 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.