ECLI:NL:GHARN:2011:BP3614
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet-naleving leveringsplicht lid zuivelcoöperatie na bedrijfsverplaatsing naar Duitsland
Appellant was lid van de zuivelcoöperatie Campina en leverde melk tot 5 november 2005, waarna hij zijn lidmaatschap opzegde. Campina stelde dat het lidmaatschap en de leveringsplicht doorliepen tot 31 december 2006 vanwege de statutaire opzegtermijn en legde een boete van €41.750 op wegens niet-naleving van de leveringsplicht.
Het hof oordeelde dat appellant, ondanks het staken van zijn werkzaamheden in Nederland, juridisch nog steeds deelnam aan het melkveebedrijf van zijn zoon in Duitsland binnen het werkgebied van Campina. Uit diverse communicatie en stukken bleek dat appellant op de hoogte had moeten zijn van de uitbreiding van het werkgebied naar Duitsland en de daarmee samenhangende leveringsplicht.
Appellant voerde aan dat hij niet wist van de grensoverschrijdende leveringsplicht en dat de boete onredelijk was. Het hof verwierp deze grieven, oordeelde dat Campina voldoende informatie had verstrekt en dat de boete statutair was vastgelegd en niet buitensporig was. Het beroep op matiging van de boete faalde omdat de omstandigheden geen onaanvaardbaar resultaat opleverden.
Het hoger beroep werd afgewezen, de eerdere vonnissen bekrachtigd en appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de boete van €41.750 wordt bevestigd.