ECLI:NL:GHARN:2011:BP4409
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.J. Deuring
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- F.R. Vermeer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende wettig bewijs van verduistering in dienstbetrekking
De zaak betreft een hoger beroep tegen een veroordeling wegens verduistering van een geldbedrag van €100,- uit een kas bij een bedrijf. Verdachte werd aanvankelijk veroordeeld door de kinderrechter, maar de Hoge Raad vernietigde dit vonnis vanwege onbruikbaarheid van een bekentenis die was afgelegd zonder voorafgaande waarschuwing over het recht op consultatie.
In het hoger beroep stelde het hof vast dat er onvoldoende wettig bewijs was om de ten laste gelegde verduistering te bewijzen. De belastende verklaring van een medewerker werd als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege diens eigen strafrechtelijke vervolging. Verdachte ontkende de ten laste gelegde feiten en er was geen ander bewijs dat hem met de verduistering in verband bracht.
Het hof sprak verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Tevens werd de benadeelde partij veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op nihil. Het arrest werd gewezen door het gerechtshof Arnhem op 11 februari 2011 na terugwijzing door de Hoge Raad.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van verduistering.